mr. R.P. Küffen - Advocaat | Rechtsanwalt

Nederlands-Duitse Rechtspraktijk

Sidebar
Menu
Insolvenzanfechtung (actio Pauliana)
Nederlandse crediteuren krijgen na een Insolvenzeröffnung ten aanzien van een Duitse debiteur steeds vaker te maken met een zogenaamde 'Anfechtungserklärung' van de Insolvenzverwalter (curator). Deze kan onder bepaalde omstandigheden rechtshandelingen (een doen, maar ook een nalaten), die (achteraf bezien) geresulteerd hebben in (voor andere crediteuren) onrechtvaardige vermogensverschuivingen, terugdraaien. Het betreft overigens geen vernietiging van een rechtshandeling of het inroepen van de nietigheid daarvan; de onderliggende overeenkomst blijft gewoon in stand, maar de wederpartij van de failliet (of diens rechtsopvolger, dient hetgeen deze verkregen heeft (in natura), of alternatief in geld (Wertersatz), terug te brengen in de (faillissements)boedel. Dat heet 'Rückgewähr' (§ 143 Insolvenzordnung (InsO)). De Rückgewähr sluit aan op het leerstuk van de ongerechtvaardigde verrijking (ungerechtfertigte Bereicherung (§ 143 Abs. 1 S. 2 InsO.)

Het leerstuk van de Insolvenzanfechtung is geregeld in de §§ 129 ff. InsO.
Aan wie komt de bevoegdheid toe?
De bevoegdheid tot het 'anfechten' in de zin van de §§ 129 ff. InsO komt uitsluitend toe aan de Insolvenzverwalter; dus uitsluitend wanneer een Insolvenzverfahren ook daadwerkelijk is geopend, en niet dus in het voorstadium waarin een 'vorläufiger Insolvenzverwalter' is benoemd, of een (vorläufiger) Sachwalter (of Sachverwalter). En ook niet aan de Treuhänder (bewindvoerder) in een Verbraucherinsolvenz (vergelijkbhaar met de Nederlandse Wettelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)).
Indien de wederpartij van de failliet niet vrijwillig aan de Anfechtungerklärung voldoet. moet de Insolvenzverwalter een en ander aan de bevoegde rechter voorleggen. De bewijslast ligt trouwens in beginsel bij de Insolvenzverwalter.
Menu