Diebstahl (diefstal) is een van de meest voorkomende delicten en behoort tot de kern van de vermogensdelicten in het Duitse strafrecht. Het is een zogenaamd
Offizialdelikt, zodat in beginsel geen
Strafantrag (behoudens in gevallen van bijvoorbeeld diefstal in de familiesfeer (
Haus- und Familiendiebstählen (§ 247 StGB)) noodzakelijk is, tenzij er alsnog een "
besonderes öffentliches Interesse" aan vervolging bestaat. De poging is overigens uitdrukkelijk strafbaar gesteld.
Het gaat bij de
Diebstahl om de wederrechtelijke wegneming van een "
fremde bewegliche Sache" (i.e. roerende zaak, die niet aan de dader toebehoort) met het oogmerk van
Zueignung (toe-eigening). Daarmee beschermt
§ 242 StGB in de eerste plaats het eigendomsrecht, maar indirect ook de feitelijke heerschappij (
Gewahrsam) over een zaak.
De strafdreiging (gevangenisstraf tot 5 jaar of geldstraf) kan in verzwarende gevallen (bijvoorbeeld de "
besonders schwerer Fall" ex
§ 243 StGB of "
schwerer Bandendiebstahl" ex
§ 244a StGB) aanzienlijk oplopen.
Tatbestanda)
Objektiver Tatbestand- Tatobjekt: Fremde bewegliche Sache
- Fremd = wanneer de zaak in eigendom aan een ander toebehoort.
- Beweglich = fysiek verplaatsbaar.
- Sache = stoffelijk object.
- Tathandlung: Wegnahme
- De breuk van de bestaande Gewahrsam (feitelijke heerschappij van de rechthebbende) en het vestigen van nieuwe Gewahrsam door de dader (bijvoorbeeld het stelen van goederen uit een winkel of een portemonnee uit iemands jaszak).
b)
Subjektiver Tatbestand- Zueignungsabsicht: de bedoeling om zich de zaak toe te eigenen (tenminste tijdelijk gebruik alsof men eigenaar is) en de eigenaar duurzaam uit zijn eigendom te verdringen.
- Rechtswidrigkeit der Zueignung: er mag geen grond bestaan die de toe-eigening rechtvaardigt (bijvoorbeeld geen retentierecht).
- Vorsatz: ten minste voorwaardelijk opzet ten aanzien van alle objectieve bestanddelen.
Strafdreiging- Basisstraf: gevangenisstraf tot 5 jaar of geldstraf.
- Poging (Versuch) is volgens § 242 Abs. 2 StGB eveneens strafbaar.
Varianten en Qualifikationena)
Besonders schwerer Fall (§ 243 StGB) =>
De wet kent een
Regelbeispielkatalog (lijst met typische gevallen die "
besonders schwer" zijn), zoals:
- inbraak (Einbruchdiebstahl), bijvoorbeeld binnendringen in een woning, kantoor of magazijn.
- diefstal van "besonders gesicherte Sachen" (bijvoorbeeld kluis).
- groot financieel nadeel.
- Diefstal onder misbruik van dienst- of Amtsstellung.
Strafdreiging: gevangenisstraf van 3 maanden tot 10 jaar.
b)
Qualifizierter Diebstahl (§ 244 StGB) =>
- Diebstahl mit Waffen: bij het plegen van de diefstal heeft de dader een wapen of gevaarlijk middel bij zich.
- Bandendiebstahl: diefstal gepleegd door een georganiseerde groep (Bande).
- Wohnungseinbruchdiebstahl: binnendringen in een bewoonde woning.
Strafdreiging: gevangenisstraf van 6 maanden tot 10 jaar.
c)
Schwerer Bandendiebstahl (§ 244a StGB) => wanneer een
Bande herhaaldelijk woninginbraken of diefstallen met geweld pleegt.
Strafdreiging: gevangenisstraf van 1 tot 10 jaar.
d)
Unterschlagung (§ 246 StGB) - als verwant delict => wanneer iemand een zaak, die reeds rechtmatig in zijn bezit is, wederrechtelijk als eigen zaak beschouwt. Bijvoorbeeld: iemand die een geleend voorwerp niet teruggeeft.
e)
Räuberischer Diebstahl (§ 252 StGB) => wanneer iemand betrapt wordt bij een diefstal en vervolgens geweld gebruikt of hiermee dreigt om de buit te behouden.
Vergelijking met het Nederlandse rechtIn Nederland is de diefstal strafbaar gesteld in artikel 310 Sr:
Overeenkomsten:
- Zowel in Nederland als in Duitsland gaat het om wederrechtelijke wegneming met oogmerk van toe-eigening.
- Ook in Nederland zijn er gekwalificeerde vormen, bijvoorbeeld diefstal met geweld (diefstal met geweld of bedreiging) en diefstal in vereniging.
Verschillen:
- Het Duitse systeem werkt sterk met kwalificaties en Regelbeispiele (§§ 243–244a StGB), die de strafmaat aanzienlijk verhogen.
- In Nederland zijn de gekwalificeerde gevallen opgenomen in afzonderlijke strafbepalingen (bijvoorbeeld artt. 311, 312 Sr).
- De strafmaxima in Duitsland zijn bij de verzwarende vormen hoger dan in Nederland.