Een Pflichtverteidiger is geen gekozen raadsman (Wahlverteidiger), maar een Strafverteidiger, die door de rechter in een geval van "notwendige Verteidigung" in de zin van § 140 StPO aan de verdachte wordt toegewezen. De verdachte kan daarbij zijn voorkeur voor een bepaalde Verteidiger kenbaar maken. De Pflichtverteidiger kan rechtstreeks bij de Duitse Staat declareren. Mocht de verdachte onverhoopt veroordeeld worden, dan zal deze de voorgeschoten kosten alsnog op de veroordeelde verdachte verhalen; behoudens wanneer het jeugdstrafrecht is toegepast. De Pflichtverteidiger mag trouwens ook bijkomende financiële afspraken met de verdachte maken.
Gefährliche Eingriffe in den Straßenverkehr (§ 315b StGB)
(1) Wer die Sicherheit des Straßenverkehrs dadurch beeinträchtigt, daß er
1.
Anlagen oder Fahrzeuge zerstört, beschädigt oder beseitigt,
2.
Hindernisse bereitet oder
3.
einen ähnlichen, ebenso gefährlichen Eingriff vornimmt,
und dadurch Leib oder Leben eines anderen Menschen oder fremde Sachen von bedeutendem Wert gefährdet, wird mit Freiheitsstrafe bis zu fünf Jahren oder mit Geldstrafe bestraft.
(2) Der Versuch ist strafbar.
(3) Handelt der Täter unter den Voraussetzungen des § 315 Abs. 3, so ist die Strafe Freiheitsstrafe von einem Jahr bis zu zehn Jahren, in minder schweren Fällen Freiheitsstrafe von sechs Monaten bis zu fünf Jahren.
(4) Wer in den Fällen des Absatzes 1 die Gefahr fahrlässig verursacht, wird mit Freiheitsstrafe bis zu drei Jahren oder mit Geldstrafe bestraft.
(5) Wer in den Fällen des Absatzes 1 fahrlässig handelt und die Gefahr fahrlässig verursacht, wird mit Freiheitsstrafe bis zu zwei Jahren oder mit Geldstrafe bestraft.
Algemeen § 315b StGB richt zich niet op “slechts gevaarlijk rijgedrag” (zoals bij § 315c), maar op externe, atypische, ingrepen in het verkeer, die de verkeersveiligheid in gevaar brengen. Het gaat om gedragingen, die de verkeersorde van buitenaf verstoren en die het risico scheppen dat anderen lichamelijk of materieel ernstig worden geschaad.
De delictsomschrijving onderscheidt drie basale gedragingen (Abs. 1 Nr. 1–3):
Zerstören, Beschädigen oder Beseitigen von Anlagen oder Fahrzeugen (bijvoorbeeld het saboteren van verkeerslichten of remleidingen);
Bereiten von Hindernissen (bijvoorbeeld: stenen op de rijbaan leggen, voertuigen blokkeren);
Ähnlicher, ebenso gefährlicher Eingriff (vangnet voor overige gevaarlijke handelingen van buitenaf, bijvoorbeeld: gooien van voorwerpen van een viaduct).
Daarbij moet het handelen in "verkehrsfeindlicher Absicht" gebeuren, dus op een wijze die zich tegen de verkeersorde richt. Bovendien moet er een "konkrete Gefahr" voor lijf, leven of eigendom van aanzienlijke waarde optreden.
Strafbedreiging:
Grundtatbestand (basis): gevangenisstraf (Freiheitsstrafe bis 5 Jahre) of geldstraf.
Abs. 3 (qualifiziert): bij opzettelijk handelen, met gevaar voor lijf of leven van mensen, of grote schade: Freiheitsstrafe von 1 bis 10 Jahren.
Besonderheit: Täter als Verkehrsteilnehmer Een belangrijk discussiepunt in de jurisprudentie: Normaliter ziet § 315b op ingrepen van buitenaf. Indien echter de bestuurder zelf zijn voertuig als Waffe oder Werkzeug zweckentfremdet (bijvoorbeeld willens en wetens inrijden op een menigte, of doelbewust veroorzaken van een ongeval), dan kan dit tóch onder § 315b vallen, mits hij “verkehrsfremd” handelt. De Bundesgerichtshof (BGH) eist, dat de gedraging niet meer binnen de normale verkeersdeelname past, maar een gezindheidsgedrag vormt (dus een bewust misbruik maken van het voertuig als aanvalsmiddel).
Typische feitencomplexen uit de rechtspraak
Stenen of voorwerpen vanaf bruggen/viaducten gooien: klassiek geval van § 315b Abs. 1 Nr. 3; gevaar voor zwaar ongeval;
Blokkeren van snelwegen door bijvoorbeeld klimaatactivisten: kan onder Nr. 2 vallen, indien concrete gevaarzetting aanwezig is;
Uiteenzettingen/ruzies in de onderwereld of verzekeringsfraude: het bewust veroorzaken van botsingen (soms ook § 315b, soms anders gekwalificeerd);
Inrijden op politie/voetgangers: vaak kwalificatie als § 315b (naast poging tot doodslag of zware mishandeling).
"Rechtsfolgen": praktijk
Basisvariant: geldstraf of korte gevangenisstraf (tot 5 jaar). In de praktijk bij “lichte” gevallen vaak geldstraf of voorwaardelijke straf.
Qualifizierte Fälle (Abs. 3): bij reëel levensgevaar of ernstig letsel: gevangenisstraffen tussen 1 en 3 jaar komen veelvuldig voor; bij zwaar letsel of terroristische context aanzienlijk hoger (5–8 jaar).
Zusatzfolgen: de ontzegging van de rijbevoegdheid (Entziehung der Fahrerlaubnis (§ 69 StGB)) bij gebruik van een voertuig is nagenoeg standaard.
Strafmaat en jurisprudentie-indicatie
Voorwerpen van brug gooien zonder schade maar met concreet gevaar: doorgaans Freiheitsstrafe enkele maanden tot 2 jaar, vaak voorwaardelijk bij first-offenders (Ersttäter).
Sabotage verkeerslichten / blokkade spoorwegen: lagere rechters neigen naar vrijheidsstraffen van 1–2 jaar; bij recidive onvoorwaardelijk.
Bewust inrijden met auto: vaak vervolging zowel onder § 315b als (poging) doodslag; strafoplegging veel hoger (5–10 jaar).
Vergelijking met Nederland
In Nederland bestaat geen direct equivalent van § 315b StGB.
Art. 5a WVW (gevaarzettend rijgedrag) en art. 6 WVW (dood/letsel door schuld) bestrijken weliswaar deels dezelfde risico’s, maar zien toch meer op gedragingen in het verkeer, niet per se op “externe” ingrepen, dus niet op ingrepen van buitenaf.
Bij gedragingen zoals het gooien van voorwerpen vanaf bruggen/viaducten, of het blokkeren van de weg, zou in Nederland eerder worden vervolgd voor poging tot doodslag (artt. 287 jo. 45 Sr), zware mishandeling of opzettelijke belemmering van het verkeer (art. 162 Sr: gevaar veroorzaken voor verkeer).
Daarmee is de Duitse § 315b systematisch een typische “Gefährdungsdelikt”, dat in Nederland met regelgeving verspreid over het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet zou worden gedekt.
De kosten van de strafzaak
Houdt U er rekening mee dat een verdachte in Duitsland in beginsel de kosten van zijn verdediging zelf dient te dragen. En U dient erop bedacht te zijn, dat U geen beroep kunt doen op het Nederlandse systeem van gefinancierde rechtsbijstand (‘toevoeging’). Meer informatie vindt U hier.
Schweigen ist Gold! Bent U in Duitsland aangehouden, dan heeft U minimaal de navolgende rechten:
U heeft een recht om te zwijgen. Maak hier dus goed gebruik van, en zeg niets met betrekking tot de zaak zelf, ook niet als U voorgehouden wordt dat het maar om een kleinigheidje gaat. Alles kan immers tegen U gebruikt worden; ook informele uitlatingen;
maak wel Uw (juiste) identiteit bekend als hierom gevraagd wordt;
maak gebruik van Uw recht op juridische bijstand; ook in Duitsland kennen ze een soort piketdienst;
U heeft altijd het recht op vrije advocaatkeuze. Uw advocaat (= Verteidiger) moet U in principe zelf betalen, tenzij door de rechter een Pflichtverteidiger wordt aangewezen. Maar maak ook dan Uw voorkeur gelijk kenbaar, want het wisselen van Pflichtverteidiger kan moeilijk zijn, en iedere Verteidiger kan als Pflichtverteidiger worden aangewezen.