Bij
§ 316 StGB is strafbaar gesteld het besturen van een voertuig (motorvoertuig of ander
Fortbewegungsmittel, bijvoorbeeld fiets) ondanks de ongeschiktheid tot het besturen daarvan als gevolg van alcohol of andere "
berauschende Mittel". Anders dan bij
§ 315c is geen concreet gevaar of bijna-ongeval vereist: de enkele combinatie van voertuig +
Fahruntüchtigkeit (ongeschiktheid tot het (veilig) besturen volstaat.
Daarmee is
§ 316 StGB een
abstraktes Gefährdungsdelikt.
De delictsomschrijving onderscheidt:
- een Vorsatzvariante: opzettelijk rijden ondanks ongeschiktheid; strafbedreiging/strafmaximum: 1 jaar gevangenis of geldstraf;
- een Fahrlässigkeitsvariante: culpoos rijden; strafbedreiging/strafmaximum: 1 jaar of geldstraf (dus zelfde strafmaximum, maar lagere instapstraffen in de praktijk).
Daarnaast geldt bij beide varianten vaak als bijkomende maatregel:
Entziehung der Fahrerlaubnis (§ 69 StGB) of
Fahrverbot (§ 44 StGB), dus een ontzegging van de rijbevoegdheid (met
Sperrfrist en
Antragspflicht) of op zijn minst een rijverbod (hetwelk automatisch eindigt).