Strafprozessrecht
Fahren ohne Fahrerlaubnis
Een Pflichtverteidiger is geen gekozen raadsman (Wahlverteidiger), maar een Strafverteidiger, die door de rechter in een geval van "notwendige Verteidigung" in de zin van § 140 StPO aan de verdachte wordt toegewezen. De verdachte kan daarbij zijn voorkeur voor een bepaalde Verteidiger kenbaar maken.
De Pflichtverteidiger kan rechtstreeks bij de Duitse Staat declareren. Mocht de verdachte onverhoopt veroordeeld worden, dan zal deze de voorgeschoten kosten alsnog op de veroordeelde verdachte verhalen; behoudens wanneer het jeugdstrafrecht is toegepast. De Pflichtverteidiger mag trouwens ook bijkomende financiële afspraken met de verdachte maken.

Rijden zonder rijbevoegdheid (§ 21 StVG)

§ 21 StVG
(1) Mit Freiheitsstrafe bis zu einem Jahr oder mit Geldstrafe wird bestraft, wer 1. ein Kraftfahrzeug führt, obwohl er die dazu erforderliche Fahrerlaubnis nicht hat oder ihm das Führen des Fahrzeugs nach § 44 des Strafgesetzbuchs oder nach § 25 dieses Gesetzes verboten ist, oder 2. als Halter eines Kraftfahrzeugs anordnet oder zulässt, dass jemand das Fahrzeug führt, der die dazu erforderliche Fahrerlaubnis nicht hat oder dem das Führen des Fahrzeugs nach § 44 des Strafgesetzbuchs oder nach § 25 dieses Gesetzes verboten ist. (2) Mit Freiheitsstrafe bis zu sechs Monaten oder mit Geldstrafe bis zu 180 Tagessätzen wird bestraft, wer 1. eine Tat nach Absatz 1 fahrlässig begeht, 2. vorsätzlich oder fahrlässig ein Kraftfahrzeug führt, obwohl der vorgeschriebene Führerschein nach § 94 der Strafprozessordnung in Verwahrung genommen, sichergestellt oder beschlagnahmt ist, oder 3. vorsätzlich oder fahrlässig als Halter eines Kraftfahrzeugs anordnet oder zulässt, dass jemand das Fahrzeug führt, obwohl der vorgeschriebene Führerschein nach § 94 der Strafprozessordnung in Verwahrung genommen, sichergestellt oder beschlagnahmt ist. (3) In den Fällen des Absatzes 1 kann das Kraftfahrzeug, auf das sich die Tat bezieht, eingezogen werden, wenn der Täter 1. das Fahrzeug geführt hat, obwohl ihm die Fahrerlaubnis entzogen oder das Führen des Fahrzeugs nach § 44 des Strafgesetzbuchs oder nach § 25 dieses Gesetzes verboten war oder obwohl eine Sperre nach § 69a Abs. 1 Satz 3 des Strafgesetzbuchs gegen ihn angeordnet war, 2. als Halter des Fahrzeugs angeordnet oder zugelassen hat, dass jemand das Fahrzeug führte, dem die Fahrerlaubnis entzogen oder das Führen des Fahrzeugs nach § 44 des Strafgesetzbuchs oder nach § 25 dieses Gesetzes verboten war oder gegen den eine Sperre nach § 69a Abs. 1 Satz 3 des Strafgesetzbuchs angeordnet war, oder 3. in den letzten drei Jahren vor der Tat schon einmal wegen einer Tat nach Absatz 1 verurteilt worden ist.
Inleiding
§ 21 Straßenverkehrsgesetz (StVG) vormt een krachtig handhavingsinstrument binnen het Duitse verkeersstrafrecht. De norm richt zich niet alleen tot de bestuurder zelf, maar ook tot iedereen die het mogelijk maakt dat een onbevoegde bestuurder deelneemt aan het verkeer. De Duitse wetgever kiest daarmee bewust voor een ruime aansprakelijkheidsbenadering, waarbij niet alleen het handelen, maar ook het faciliteren van gevaarlijk verkeersgedrag strafbaar wordt gesteld.

Het beschermde rechtsgoed is primair de verkeersveiligheid (Sicherheit des Straßenverkehrs), waarbij de wetgever ervan uitgaat dat deelname aan het gemotoriseerde verkeer slechts is toegestaan na voorafgaande toetsing van rijvaardigheid en rijgeschiktheid (Eignung).

§ 21 StVG behoort daarmee tot de kernbepalingen van het Duitse verkeersstrafrecht. Anders dan in Nederland, waar het rijden zonder rijbewijs doorgaans als overtreding wordt gekwalificeerd (art. 107 WVW 1994), betreft het in Duitsland een Vergehen, dus een "echte" Straftat.

Fahren ohne Fahrerlaubnis” is trouwens niet alleen een strafrechtelijk risico, maar vormt tevens een aansprakelijkheidsrechtelijke valkuil met potentieel desastreuze financiële gevolgen.
De Duitse rechtsorde kiest bewust voor een ketenaansprakelijkheid:
  • bestuurder (Fahrer)
  • houder (Halter)
  • opdrachtgever (Auftraggeber)

Allen worden in het aansprakelijkheidsregime betrokken. In het hiernavolgende wordt ook daar kort aandacht aan besteed.

Strafrechtelijke gevolgen van “Fahren ohne Fahrerlaubnis”.

§ 21 StVG kent in essentie twee hoofdvarianten:
  • het als bestuurder zelf rijden zonder Fahrerlaubnis
  • Het toelaten of opdracht geven aan een onbevoegde bestuurder

Beide varianten zijn zelfstandig strafbaar en worden in de praktijk frequent gecombineerd.
I. De bestuurder zonder Fahrerlaubnis
Strafbaar is degene die: een motorvoertuig bestuurt, terwijl hij niet beschikt over een geldige Fahrerlaubnis. Dit omvat meerdere situaties, zoals:

a) nooit een rijbewijs (Führerschein) gehad en daarmee dus geen Fahrerlaubnis => dit is de meest zuivere vorm.

b) na Führerscheinentzug (intrekking rijbewijs) => dit is in de praktijk de meest voorkomende en zwaarst gewogen variant.

Bijvoorbeeld:
  • intrekking na alcohol- of drugsdelicten (§§ 316, 315c StGB)
  • intrekking wegens onvoldoende geschiktheid (FeV)
  • lopende Sperrfrist (§ 69a StGB) => gedurende een Sperrfrist bestaat juridisch geen rijbevoegdheid (keine Fahrerlaubnis) meer. Rijden zonder rijbevoegdheid in deze periode valt daarmee volledig onder § 21 StVG.

c) Buitenlandse bestuurders (bijvoorbeeld Nederlandse bestuurders)
Belangrijke nuance: een Nederlands rijbewijs is in beginsel uiteraard geldig in Duitsland. Strafbaarheid ontstaat echter indien:
  • de rijbevoegdheid in Duitsland is ontzegd
  • het buitenlandse rijbewijs niet (meer) wordt erkend
  • sprake is van een Umgehungskonstrukt (bijv. EU-rijbewijs verkregen tijdens de Duitse Sperrfrist)

In dat geval geldt: geen Fahrerlaubnis in Duitsland = strafbaar volgens § 21 StVG

d) Rijden tijdens een Fahrverbot

  • Fahrverbot (§ 25 StVG) = tijdelijke ontzegging van het gebruik van het rijbewijs (ergo: rijverbod)
  • de Fahrerlaubnis blijft bestaan, maar is opgeschort.

Let wel:
Rijden tijdens een Fahrverbot is óók strafbaar, maar is juridisch een aparte variant binnen § 21 StVG.

Vereist is namelijk opzet (Vorsatz), maar:
  • voorwaardelijk opzet (dolus eventualis) is voldoende
  • “ik dacht dat het wel mocht” wordt daarom zelden of nooit geaccepteerd

In uitzonderlijke gevallen kan sprake zijn van een fahrlässige Begehung (= Fahrlässigkeit), die eveneens, maar lichter, wordt bestraft.


Strafmaat
De strafbedreiging bedraagt:
  • gevangenisstraf tot 1 jaar, of
  • geldstraf

In de praktijk:
  • first offender => geldstraf (Geldstrafe = Tagessätze x Tagessatzhöhe)
  • recidive => (voorwaardelijke) gevangenisstraf (Freiheitsstrafe)

Bijkomende maatregelen:
  • (verlengde) Sperrfrist voor verkrijging nieuwe Fahrerlaubnis (§ 69a StGB)
  • verlenging bestaande ontzegging
  • inbeslagname voertuig (in uitzonderlijke gevallen)
II. De opdrachtgever / toestemmingsgever
Minstens zo belangrijk, en vaak onderschat: strafbaar is ook degene die 1.) opdracht geeft of 2.) toestaat, dat iemand zonder Fahrerlaubnis een motorvoertuig bestuurt.

Dit betreft een eigenstandig delict, geen medeplichtigheid (§ 21 Abs. 1 Nr. 2 StVG).

De norm is ruim geformuleerd en omvat:
a) de actieve opdracht
Bijvoorbeeld:
  • werkgever, die een werknemer laat rijden zonder rijbewijs
  • een ouder, die kind laat rijden

b) Toestemming / gedogen
Ook passief gedrag kan strafbaar zijn:
  • men weet dat de bestuurder geen rijbewijs heeft
  • men laat het toch gebeuren


Beslissend voor strafbaarheid is de feitelijke invloed op het gebruik van het motorvoertuig. De eigendom van het voertuig is mitsdien juridisch irrelevant. Het maakt dus niet uit wie de eigenaar van het voertuig is. Strafbaarheid kan daarmee ontstaan voor:
  • de eigenaar
  • de houder
  • de werkgever
  • maar ook voor de passagier met feitelijke zeggenschap

En ook hier geldt weer dat opzet (Vorsatz) vereist is (= weten of bewust aanvaarden), maar "had moeten weten” kan al snel als voorwaardelijk opzet worden gezien. Daarbij blijft het uitoefenen van onvoldoende controle voor rekening en risico van de derde.

Praktijkvoorbeelden
• autoverhuurder, die geen rijbewijs controleert => strafbaar
• werkgever, die niet verifieert => strafbaar
• partner, die auto uitleent terwijl hem/haar de rijontzegging bekend is => strafbaar

De strafbedreiging in al deze gevallen is gelijk aan die van de bestuurder zelf: tot 1 jaar gevangenisstraf of geldstraf.

In de praktijk:
  • vaak een Geldstrafe
  • bij bedrijfsmatig handelen => zwaardere sancties

§ 21 StVG komt overigens zelden alleen voor. Vaak gecombineerd met:
  • § 316 StGB (Trunkenheit im Verkehr)
  • § 315c StGB (Gefährdung des Straßenverkehrs)
  • verzekeringsdelicten (geen dekking!)

Civielrechtelijke gevolgen van “Fahren ohne Fahrerlaubnis”.

Hoewel § 21 StVG een strafrechtelijke norm is, werkt deze direct door in het civiele aansprakelijkheidsrecht, met name via:
  • § 7 StVG => Gefährdungshaftung van de houder (Halterhaftung)
  • § 18 StVG => aansprakelijkheid van de bestuurder
  • § 823 BGB => onrechtmatige daad (unerlaubtes Handeln)
  • Versicherungsvertragsgesetz (VVG) => regres door verzekeraar

De kernvraag verschuift van “is het strafbaar?” naar “wie betaalt uiteindelijk de schade?”.
I. Aansprakelijkheid van de bestuurder zonder Fahrerlaubnis
De bestuurder zonder Fahrerlaubnis is civielrechtelijk vrijwel altijd: persoonlijk en onbeperkt aansprakelijk voor alle schade.

Grondslagen:
  • § 18 StVG (bestuurdersaansprakelijkheid)
  • § 823 BGB (onrechtmatige daad)

Dit omvat:
  • letselschade
  • materiële schade
  • gevolgschade (inkomensverlies, huishoudelijke hulp, etc.)

Verzekeringsrechtelijk: regres door de verzekeraar
De grootste valkuil ligt hier.
a) Verzekering betaalt eerst (Schutz des Geschädigten) => de Duitse WAM-verzekeraar (Kfz-Haftpflichtversicherung) is verplicht de schade van het slachtoffer te vergoeden.

b) Vervolgens neemt de verzekeraar regres op de bestuurder wegens: “Obliegenheitsverletzung” ((ernstige) schending van contractuele verplichtingen (= contractbreuk)).

Hoogte regres
• wettelijk en contractueel meestal beperkt tot € 5.000 - € 10.000
• bij opzet of grove schuld kan regres echter verder oplopen

Indien het rijden zonder Fahrerlaubnis als opzettelijk risicogedrag wordt gekwalificeerd:
• kan verzekeraar dekking (gedeeltelijk) weigeren
• met vergaande financiële gevolgen
II. Aansprakelijkheid van de Halter (houder van het voertuig) => Gefährdungshaftung (§ 7 StVG)

De houder van het voertuig is aansprakelijk ongeacht schuld (risicoaansprakelijkheid)
Voorwaarden:
  • schade veroorzaakt “bij het gebruik van het voertuig”
  • geen overmacht

Indien de houder wist of had moeten weten dat de bestuurder geen Fahrerlaubnis had,
dan ontstaat:

a) Eigen schuld / medeaansprakelijkheid
  • § 823 BGB
  • verhoogde aansprakelijkheid

b) Verzekeringsrechtelijke gevolgen => de verzekeraar kan regres nemen op de houder wegens “Verletzung der Überwachungspflicht

Bijvoorbeeld:
• werkgever controleert rijbewijs niet
• ouder laat kind rijden
• partner stelt voertuig ter beschikking

Dit alles kan zelfs leiden tot een dubbele aansprakelijkheid binnen één en hetzelfde gezin!
III. Aansprakelijkheid van de opdrachtgever / werkgever
Indien een werkgever een werknemer laat rijden zonder Fahrerlaubnis, dan kunnen meerdere regimes gaan spelen:
a) civielrechtelijke aansprakelijkheid => § 823 BGB en/of schending zorgplicht
b) organisatorische aansprakelijkheid => onvoldoende controle.

Binnen een arbeidsverhouding kan de werkgever schade verhalen op de werknemer, maar:
  • deze wordt vaak beperkt door arbeidsrechtelijke bescherming, en
  • is afhankelijk van mate van schuld.
De kosten van de strafzaak
Houdt U er rekening mee dat een verdachte in Duitsland in beginsel de kosten van zijn verdediging zelf dient te dragen. En U dient erop bedacht te zijn, dat U geen beroep kunt doen op het Nederlandse systeem van gefinancierde rechtsbijstand (‘toevoeging’). Meer informatie vindt U hier.
Heeft U nog vragen? Laat het ons weten via het contact-formulier.
Schweigen ist Gold!
Bent U in Duitsland aangehouden, dan heeft U minimaal de navolgende rechten:

  • U heeft een recht om te zwijgen. Maak hier dus goed gebruik van, en zeg niets met betrekking tot de zaak zelf, ook niet als U voorgehouden wordt dat het maar om een kleinigheidje gaat. Alles kan immers tegen U gebruikt worden; ook informele uitlatingen;
  • maak wel Uw (juiste) identiteit bekend als hierom gevraagd wordt;
  • maak gebruik van Uw recht op juridische bijstand; ook in Duitsland kennen ze een soort piketdienst;
  • U heeft altijd het recht op vrije advocaatkeuze. Uw advocaat (= Verteidiger) moet U in principe zelf betalen, tenzij door de rechter een Pflichtverteidiger wordt aangewezen. Maar maak ook dan Uw voorkeur gelijk kenbaar, want het wisselen van Pflichtverteidiger kan moeilijk zijn, en iedere Verteidiger kan als Pflichtverteidiger worden aangewezen.

Meer informatie over het Duitse strafrecht vindt U in de brochure ‘Gearresteerd in Duitslandvan het Ministerie van Buitenlandse Zaken.