Strafprozessrecht
Berufung und Revision
Het verloop van de mondelinge behandeling ter terechtzitting vanaf de uitroeping van de zaak tot aan het eindvonnis (Urteil).
In het Duitse strafprocesrecht bestaan twee belangrijke rechtsmiddelen om een strafrechtelijke veroordeling aan te vechten: de Berufung en de Revision.

Beide rechtsmiddelen dienen verschillende doelen en kennen verschillende juridische kaders.
Berufung (hoger beroep): herbeoordeling van feiten en recht
De Berufung is een rechtsmiddel, dat in beginsel slechts openstaat tegen vonnissen (Urteile) van de Amtsgerichte (Strafrichter/Schöffengericht) in eerste aanleg (§ 312 StPO).
Het belangrijkste kenmerk van de Berufung is dat het een gedeeltelijke herbeoordeling van de zaak mogelijk maakt, waarbij zowel de feiten als de juridische beoordeling opnieuw kunnen worden onderzocht door het Landgericht.

Beperkingen en procedurele aspecten
  • De Berufung kan uitsluitend worden ingesteld tegen vonnissen (Urteile) en niet tegen beschikkingen (Beschlüsse);
  • Het Berufungsgericht (i.e. de Kleine Strafkamer van het Landgericht, bestaande uit één beroepsrechter en 2 lekenrechters (Schöffen)) beoordeelt de zaak opnieuw, maar in principe beperkt tot de aspecten die door de appellant worden aangevochten;
  • Nieuwe bewijsmiddelen en getuigenverklaringen kunnen in de Berufungsverhandlung worden ingebracht.
Revision: beoordeling van rechtsvragen
De Revision is daarentegen een soort cassatieberoep, dat uitsluitend gericht is op de beoordeling van juridische fouten. Dit rechtsmiddel is toegankelijk tegen vonnissen (Urteile) van zowel de Landgerichte (Rechtbank) als de Oberlandesgerichte (Gerechtshoven) in eerste aanleg (§ 333 StPO), in feite dus tegen alle Urteile die zelf geen Revisionsurteile zijn. Overigens kan ook (Sprung)Revision tegen een Urteil van het Amtsgericht worden ingediend, bijvoorbeeld tegen een Verwerfungsurteil in een Strafbefehlsverfahren.

Procedurele kenmerken van de Revision
  • De Revision kan worden ingesteld bij het Oberlandesgericht (indien de uitspraak van een Amtsgericht of Landgericht afkomstig is) of bij het Bundesgerichtshof (indien de uitspraak van een Oberlandesgericht afkomstig is of van een Jugendkammer van een Landgericht).
  • Er wordt uitsluitend getoetst of er schendingen van procesrecht of materieel recht hebben plaatsgevonden.
  • Feiten worden niet opnieuw onderzocht; de beoordeling is beperkt tot het juridische kader van de uitspraak.


Vergelijking Duitsland versus Nederland
Hoewel het Nederlandse strafprocesrecht eveneens rechtsmiddelen kent in de vorm van hoger beroep en cassatie, zijn er enkele belangrijke verschillen met de Duitse Berufung en Revision.

Hoger Beroep in Nederland
  • In Nederland staat hoger beroep (hoger beroep bij het gerechtshof) open tegen vonnissen van de rechtbank (Kantonrechter/Rechtbank).
  • In hoger beroep wordt de gehele zaak opnieuw beoordeeld, zonder dat dit per se beperkt is tot de aangevochten punten.
  • In Nederland kan het hoger beroep ook tot een hogere straf leiden, terwijl dit in Duitsland niet mogelijk is c.q. niet mag (verbod van reformatio in peius).

Cassatie in Nederland
  • Net als de Revision in Duitsland is cassatie in Nederland (beroep in cassatie bij de Hoge Raad) beperkt tot rechtsvragen en leidt niet tot een feitelijke herbeoordeling.
  • De toetsingsmaatstaven in cassatie zijn in beide landen strikt, maar in Duitsland gelden nog strengere formele vereisten voor de motivering van een Revisionsbegründung.
De keuze tussen Berufung en Revision hangt af van de aard van de vermeende fouten in de uitspraak:
  • Indien er sprake is van een feitelijke dwaling of onjuiste bewijswaardering, is de Berufung het geschikte rechtsmiddel.
  • Indien de Verteidigung of de Staatsanwaltschaft meent dat er een fundamentele juridische fout is gemaakt (bijvoorbeeld een schending van de Strafprozessordnung of onjuiste toepassing van materieel recht), dan is de Revision de juiste keuze.
Conclusie:
De Berufung en Revision bieden verdachten in Duitsland verschillende mogelijkheden om een veroordeling aan te vechten. Waar de Berufung zich richt op een hernieuwde beoordeling van feiten en recht, beperkt de Revision zich tot de juridische correctheid van de uitspraak. Het maken van de juiste keuze tussen deze rechtsmiddelen vereist een grondige juridische analyse en strategische afweging, mede gezien de hoge mate van formaliteit en de strikte toepassingscriteria die aan de Revision zijn verbonden.
Voor Nederlandse verdachten in Duitsland is het van cruciaal belang om tijdig juridisch advies in te winnen, aangezien de keuze tussen Berufung en Revision bepalend kan zijn voor de uitkomst van de zaak.

Daarbij dient bedacht te worden dat de termijnen heel kort zijn: Berufungseinlegung c.q. Revisionseinlegung binnen 1 week na Urteilsverkündung c.q. binnen 1 week na rechtsgeldige betekening van het Urteil, indien de veroordeelde noch zijn Verteidiger bij de Urteilsverkündung aanwezig was. Daarbij dient bedacht te worden, dat een Urteil in Duitsland altijd mondeling verkondigd wordt, maar dat hoofdzakelijk slechts het dictum (Tenor) integraal voorgelezen wordt, maar dat de beoordeling/onderbouwing van het Urteil, dus de Urteilsbegründung, pas later afkomt. Is de verdachte c.q. diens Verteidiger bij de Urteilsverkündung aanwezig, begint daarmee de "erste Rechtsmittelfrist" van 1 week te lopen. Het onbenut laten verstrijken daarvan is in beginsel fataal: het Urteil gaat in kracht van gewijsde (i.e. wordt "rechtskräftig").

De tijdige Berufung leidt tot een hernieuwde beoordeling van de feiten en het recht. De Berufung kan, maar hoeft niet, onderbouwd te worden.

Na het tijdige indienen van de Revision, moet deze altijd onderbouwd worden met een Revisonsantrag (de zgn. "Revisionsbegründung"). Hiertoe moeten binnen 1 maand na de betekening van het schriftelijke Urteil de grieven (Rügen) kenbaar gemaakt worden. Dit is de "zweite Rechtsmittelfrist". Deze laatste bestaat dus uitsluitend voor de Revision.

Richtsnoer bij Revisionsbegründung is, dat het Revisionsgericht louter op basis van de Revisionsbegründung - dus zonder dat het onderliggende strafdossier erbij moet worden genomen - moet kunnen beoordelen of de Revision slaagt of toch verworpen moet worden. Daartoe moeten alle relevante omstandigheden (feitelijke en juridische; zowel die in het voordeel van de veroordeelde verdachte alsook die ten nadele van hem) in de Begründung worden opgenomen. Het niet correct en/of niet volledig weergeven van een en ander leidt in de regel tot het verwerpen van de Revision.

De rechter in prima (Tatgericht of ook wel Ausgangsgericht genoemd) heeft daarbij slechts een beperkte, doch wel belangrijke, rol: deze moet beoordelen of de voormelde Fristen (termijnen) in acht zijn genomen, en hij dient de Revisionsbegründung door te sturen aan de Staatsanwaltschaft bij het Tatgericht.
Die zal vervolgens haar zienswijze kenbaar kunnen maken, waarna het geheel door deze dan wordt doorgezonden naar de Staatsanwaltschaft bij het Revisionsgericht.
Pas daarna komt de Revision ook daadwerkelijk bij het Revisionsgericht binnen, waarna de Revision nagenoeg altijd uitsluitend schriftelijk wordt afgedaan.

Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen komt het tot een mondelinge behandeling. Voor de veroordeelde is daarbij overigens de facto geen enkele rol weggelegd (het is immers geen feitenbeoordeling meer, maar een louter juridische).

Tot slot:
Ruim 70% van alle Revisionsanträge worden na de eerste beoordeling door het Revisionsgericht als "offensichtlich unbegründet" bij Beschluss verworpen.
Slechts 7-8% van alle Revisionanträge zijdens de verdachte leiden tot een vernietiging van het eerdere Urteil. De kans op een betere uitkomst is dan ook zeer gering. Een slechtere uitkomst is overigens niet gegeven, daar het Duitse Strafrecht het zogenaamde Verschlechterungsverbot (reformatio in peius) kent.
Enkel een Revisionsantrag door de Staatsanwaltschaft ten nadele van de verdachte kan tot een zwaardere straf leiden.
Stuur ons een bericht en wij nemen op korte termijn contact met U op.