Haftenschädigungsverfahren - procedure en termijnenDe
Haftenschädigung-procedure kent twee gescheiden fasen:.
==> Fase 1 - Grundentscheidung (beslissing over de aansprakelijkheid an sich, dus over de vraag of überhaupt wel een aansprakelijkheid, en daarmee een vergoedingsplicht, van de Staat gegeven is)
- Eindigt de Hauptverhandlung (onderzoek ter terechtzitting) bij de rechter in een vrijspraak of een rechterlijke Einstellung (sepot), dan beslist de rechter ambtshalve over de vraag wie de kosten van de strafzaak draagt; Kostenentscheidung: "Die Kosten des Verfahrens werden der Staatskasse auferlegt." o.i.d.. Dezelfde rechter moet echter ook gelijk in hetzelfde Urteil beoordelen of de voorlopige hechtenis terecht was, en zo neen, of de Duitse Staat hiervoor aansprakelijk is; dit is de zogenaamde Grundentscheidung (§ 8 StrEG). Soms komt die ook iets later - omdat bijvoorbeeld nog iets gecontroleerd dient te worden - en wel bij afzonderlijke Beschluss.
- Wordt de strafzaak door de Staatsanwaltschaft geseponeerd (bijvoorbeeld wegens onvoldoende bewijs (§ 170 StPO)), dan gebeurt dit niet automatisch: de verdachte moet zelf binnen één (1) maand een rechterlijke beslissing (Grundentscheidung) inzake de aansprakelijkheid (doen) aanvragen (§ 9 StrEG), en binnen 6 maanden na vaststelling van de aansprakelijkheid, zijn vordering indienen.
Let op:Wordt het voorarrest feitelijk opgeheven, of de zaak beëindigd,
zonder uitgebreide of kenbaar gemaakte motivering, dan ontstaat géén automatische
Grundentscheidung. De verdachte dient dan zelf, tijdig (binnen 6 maanden) en gemotiveerd, een rechterlijke uitspraak over de aansprakelijkheid van de Duitse Staat ten aanzien van de vrijheidsontneming aan te vragen; anders blijft de aanspraak zonder gevolg.
Ook de exacte juridische grondslag van het sepot is bepalend: een sepot wegens onvoldoende bewijs/verdenking (bewijssepot ex
§ 170 lid 2 StPO) geeft in beginsel (wèl) een dwingende aanspraak op grond van
§ 2 StrEG.
Een (opportuniteits)seponering tegen betaling van een geldbedrag of andere voorwaarde (§ 153/§ 153a StPO) daarentegen, valt onder de discretionaire billijkheidsregeling van
§ 3 StrEG: de rechter kan schade laten vergoeden, maar is daartoe niet verplicht. En in de praktijk wordt vergoeding in dit laatste geval vaak geweigerd, omdat het aanvaarden van de voorwaarden voor een opportuniteitssepot als een vorm van instemming wordt uitgelegd.
==> Fase 2 - Betragsverfahren (vaststelling van het bedrag)Zodra de
Grundentscheidung (dus vrijspraak/sepot/
Nicht-Zulassung, inclusief rechterlijke beslissing inzake de aansprakelijkheid van de Duitse Staat) onherroepelijk (
rechtskräftig) is, moet de aanspraak op het bedrag binnen voormelde zes (6) maanden worden ingediend bij de
Staatsanwaltschaft die de zaak in eerste aanleg laatstelijk heeft behandeld.