Täterschaft und Teilnahme
Dader, Medepleger en Medeplichtige
Een Pflichtverteidiger is geen gekozen raadsman (Wahlverteidiger), maar een Strafverteidiger, die door de rechter in een geval van "notwendige Verteidigung" in de zin van § 140 StPO aan de verdachte wordt toegewezen. De verdachte kan daarbij zijn voorkeur voor een bepaalde Verteidiger kenbaar maken.
De Pflichtverteidiger kan rechtstreeks bij de Duitse Staat declareren. Mocht de verdachte onverhoopt veroordeeld worden, dan zal deze de voorgeschoten kosten alsnog op de veroordeelde verdachte verhalen; behoudens wanneer het jeugdstrafrecht is toegepast. De Pflichtverteidiger mag trouwens ook bijkomende financiële afspraken met de verdachte maken.

Algemene regelingen uit het Duitse strafrecht

Täterschaft und Teilnahme: algemeen

Het Duitse strafrecht onderscheidt, binnen de structuur van persoonlijke strafbaarheid, tussen:
  • Täterschaft (daderschap) => i.e. degene, die het strafbare feit zelf of mede uitvoert of bestuurt;
  • Teilnahme (deelname) => i.e. degene, die bevordert of ondersteunt dat een ander het strafbare feit pleegt.

Deze tweedeling vindt haar wettelijke grondslag in §§ 25-27 StGB en bepaalt de Zurechnung der Tat (toerekening van de delictshandeling). Zij vormt de spil van het “Täterschaftsprinzip” in het Duitse strafrecht: strafrechtelijke verantwoordelijkheid is persoonlijk, en hangt af van de eigen bijdrage en het eigen opzet.


Tatherrschaftslehre – het beslissende criterium
De Tatherrschaftslehre (leerstuk inzake de heerschappij over de daad) is het centrale dogmatische onderscheidingscriterium tussen Täterschaft en Teilnahme.

  • Kernidee: Täter is hij, die de delictshandeling zó beheerst, dat hij de uitvoering kan sturen, afbreken of bepalen.
  • Typologie:
    • Handlungsherrschaft => i.e. feitelijke controle over de uitvoering;
    • Wissensherrschaft => controle door kennis (bijvoorbeeld de achterman met informatievoorsprong);
    • Willensherrschaft => controle via dwang of manipulatie (mittelbare Täterschaft);
    • Funktionelle Tatherrschaft => verdeling van uitvoeringshandelingen binnen een groep (Mittäterschaft).


De grens tussen Mittäterschaft en Teilnahme
Afbakening in de praktijk:
  • BGH-jurisprudentie: het enkele “dabeisein” (meelopen) of “billigen” (goedkeuren c.q. niet-afkeuren) leidt niet tot Mittäterschaft.
  • BGH-jurisprudentie: het leveren van een organisatorische of logistieke bijdrage kan Mittäterschaft zijn indien beslissingsmacht en gemeenschappelijk plan aanwezig zijn.
§ 25 StGB
(1) Als Täter wird bestraft, wer die Straftat selbst oder durch einen anderen begeht. (2) Begehen mehrere die Straftat gemeinschaftlich, so wird jeder als Täter bestraft (Mittäter).
§ 25 StGB - Täterschaft
  • § 25 StGB: Täterschaft => eigenhandige daderschap (§ 25 I Alt. 1 StGB) en mittelbare Täterschaft (§ 25 I Alt. 2 StGB); medeplegen (§ 25 II StGB).
§ 26 StGB
Als Anstifter wird gleich einem Täter bestraft, wer vorsätzlich einen anderen zu dessen vorsätzlich begangener rechtswidriger Tat bestimmt hat.
§ 26 StGB - Anstiftung
  • § 26 StGB: Anstiftung (uitlokking): i.e. het opzettelijk bewegen van een ander tot het plegen van een opzetdelict.
§ 27 StGB
(1) Als Gehilfe wird bestraft, wer vorsätzlich einem anderen zu dessen vorsätzlich begangener rechtswidriger Tat Hilfe geleistet hat. (2) Die Strafe für den Gehilfen richtet sich nach der Strafdrohung für den Täter. Sie ist nach § 49 Abs. 1 zu mildern.
§ 27 StGB - Beihilfe
  • § 27 StGB: Beihilfe (medeplichtigheid): opzettelijke hulp aan de dader bij diens strafbare handeling.
De verschillende vormen van Täterschaft
a) Unmittelbare Täterschaft (§ 25 I Alt. 1 StGB) => de eigenhandige dader pleegt het strafbare feit (Tatbestand) zelf; volledig en opzettelijk.
  • Voorbeeld: de persoon die zelf steelt, mishandelt of bedriegt
  • Vereist: Tatherrschaft (i.e. de feitelijke heerschappij over de daad)
  • BGH-jurisprudentie: wie de uitvoering zélf in handen heeft en de delictsdynamiek beheerst, is Täter.

b) Mittelbare Täterschaft (§ 25 I Alt. 2 StGB) => de achterman gebruikt een ander als “instrument” (Werkzeug) om het strafbare feit te plegen.
  • De uitvoerende persoon (het “werktuig”) handelt hierbij zonder schuld, zonder opzet of onder dwang => de “achterman” bestuurt de delictsdynamiek.
  • Kernbegrip: "Tatherrschaft kraft überlegenen Wissens oder Willens" (i.e. functionele heerschappij via wetenschap of invloed)
  • Voorbeelden:
    • De dader gebruikt een kind of een ontoerekeningsvatbare persoon om te stelen.
    • De dader manipuleert iemand met een dwaling tot het uitvoeren van een strafbaar feit.

c) Mittäterschaft (§ 25 II StGB) => de medepleger pleegt de daad in nauwe en bewuste samenwerking met een ander.
  • Vereist:
    • Gemeinsamer Tatplan (i.e. gezamenlijk plan of wilsovereenstemming),
    • Tatherrschaft (ieder beheerst de delictsdynamiek gedeeltelijk).
    • Objectieve bijdrage (bijdrage aan uitvoering) + subjectieve component (gezamenlijk opzet).
  • Niet vereist is dat ieder de volle uitvoering verricht => toerekening op grond van gezamenlijke uitvoering (Prinzip der funktionalen Tatherrschaft).
  • BGH-jurisprudentie: medeplegers zijn “Mittäter kraft arbeitsteiligem Zusammenwirkens”.


Vormen van Teilnahme
a) Anstiftung (§ 26 StGB) => De uitlokker (Anstifter) veroorzaakt opzettelijk de beslissing van een ander om opzettelijk een strafbaar feit te plegen.
  • Vereist:
    • Doppelter Vorsatz (dubbele opzet): opzet op het aanzetten én op het hoofdfeit.
    • De uitgelokte moet het misdrijf daadwerkelijk plegen (anders blijft slechts "Versuch der Anstiftung" (poging tot uitlokking (tot deelname)) over (§ 30 I StGB)).
  • Anstiftung wordt gestraft als Täterschaft in dezelfde mate als bij hoofd­daderschap (dus Gleichstellung).

b) Beihilfe (§ 27 StGB) => De medeplichtige (Gehilfe) bevordert of vergemakkelijkt het delict van een ander opzettelijk, maar zonder de rol van Täter (dader) te hebben.
  • Vereist:
    • Een opzettelijk gepleegd basis-strafbaar feit;
    • Opzettelijke hulp of bevordering;
    • Geen gezamenlijke Tatherrschaft.
  • Voorbeelden: het leveren van een vluchtauto, wapens, tips, observatie.
  • Strafbaarheid: de Beihilfe wordt lichter bestraft (zie hiervoor § 49 I StGB).
  • BGH-jurisprudentie: “psychische Beihilfe” (mentale ondersteuning of morele aanmoediging) kan al voldoende zijn.
Heeft U nog vragen? Laat het ons weten via het contact-formulier.
Schweigen ist Gold!
Bent U in Duitsland aangehouden, dan heeft U minimaal de navolgende rechten:

  • U heeft een recht om te zwijgen. Maak hier dus goed gebruik van, en zeg niets met betrekking tot de zaak zelf, ook niet als U voorgehouden wordt dat het maar om een kleinigheidje gaat. Alles kan immers tegen U gebruikt worden; ook informele uitlatingen;
  • maak wel Uw (juiste) identiteit bekend als hierom gevraagd wordt;
  • maak gebruik van Uw recht op juridische bijstand; ook in Duitsland kennen ze een soort piketdienst;
  • U heeft altijd het recht op vrije advocaatkeuze. Uw advocaat (= Verteidiger) moet U in principe zelf betalen, tenzij door de rechter een Pflichtverteidiger wordt aangewezen. Maar maak ook dan Uw voorkeur gelijk kenbaar, want het wisselen van Pflichtverteidiger kan moeilijk zijn, en iedere Verteidiger kan als Pflichtverteidiger worden aangewezen.

Meer informatie over het Duitse strafrecht vindt U in de brochure ‘Gearresteerd in Duitslandvan het Ministerie van Buitenlandse Zaken.