Voordat vals geld in omloop kan worden gebracht, dient het eerst gemaakt c.q. gedrukt te worden. De (voorbereidings)handelingen hiertoe zijn uitdrukkelijk strafbaar gesteld bij wet en wel in
§ 149 StGB. Dit is uitzonderlijk, aangezien voorbereidingshandelingen in het Duitse strafrecht in beginsel niet strafbaar zijn, tenzij de wet expliciet anders bepaalt.
Het beschermde rechtsgoed is het
Vertrauen in die Echtheit und Stabilität des Geldwesens en van officiële waardepapieren. En omdat geld als ruilmiddel functioneert in de samenleving, wordt de integriteit van het geldstelsel als zo wezenlijk beschouwd, dat ook voorbereidingshandelingen strafbaar zijn gesteld.
De §§ 146 ff StGB vormen een
Vorbereitungstatbestand: niet alleen het daadwerkelijke vervalsen of in omloop brengen van geld en waardepapieren, maar reeds de voorbereidende handelingen gericht op vervalsing zijn in
§ 149 StGB zelfstandig strafbaar gesteld.
Het is dan ook van belang te weten, dat in Duitsland het enkele bezit van vervalsingsmiddelen (ook voor een ander) reeds voldoende is voor een strafbaar feit, ook al is nog niets concreet vervalst of in omloop gebracht.
Tatbestanda)
TathandlungenVolgens de delictsomschrijving is strafbaar
Druckplatten,
Druckformen,
Abdrücke,
Druckstücke of andere voorwerpen te vervaardigen, te verkrijgen, zich te verschaffen of voorhanden te hebben, die uitsluitend of in hoofdzaak dienen voor het vervalsen van geld of waardepapieren. Het gaat dus om technische hulpmiddelen, die specifiek bestemd zijn voor het vervalsingsproces.
b)
Objektiver TatbestandEssentieel is, dat het voorwerp naar zijn objectieve aard hoofdzakelijk geschikt en bestemd is voor de vervaardiging van vals geld of valse waardepapieren. Een gewone printer of standaardpapier volstaat dus niet, maar speciaal vervaardigde drukplaten of veiligheidspapier wél.
Strafrechtelijk karakter§ 149 StGB is een typisch voorbeeld van een
Vorbereitungstatbestand, waarmee de wetgever de strafrechtelijke aansprakelijkheid verplaatst naar een vroeg stadium van de delictsdynamiek.
Strafdreiginga) Strafmaat
- gevangenisstraf tot 5 jaar of geldstraf.
- bij aanwezigheid van verzwarende omstandigheden kan bovendien een hogere straf via andere bepalingen (bijvoorbeeld banden met georganiseerde criminaliteit) in beeld komen.
b) Nebenfolgen
- Inbeslagname en verbeurdverklaring van de vervalsingsmiddelen (§ 74 ff. StGB).
- Mogelijke beroepsverboden, indien de feiten in samenhang staan met een beroep (bijvoorbeeld drukker, grafisch ontwerper).
De rechtspraak benadrukt dat:
- het enkele voorhanden hebben van vervalsingsmiddelen voldoende is, mits het gaat om voorwerpen die vrijwel uitsluitend voor vervalsing dienen.
- het is niet vereist, dat daadwerkelijk een poging tot vervalsing is ondernomen; het potentiële gebruik is reeds voldoende.