Strafrecht und
Owi-Recht
Verkehrsstrafrecht:
Fahrlässiges Fahren unter Einwirkung berauschender Mittel
Een Pflichtverteidiger is geen gekozen raadsman (Wahlverteidiger), maar een Strafverteidiger, die door de rechter in een geval van "notwendige Verteidigung" in de zin van § 140 StPO aan de verdachte wordt toegewezen. De verdachte kan daarbij zijn voorkeur voor een bepaalde Verteidiger kenbaar maken.
De Pflichtverteidiger kan rechtstreeks bij de Duitse Staat declareren. Mocht de verdachte onverhoopt veroordeeld worden, dan zal deze de voorgeschoten kosten alsnog op de veroordeelde verdachte verhalen; behoudens wanneer het jeugdstrafrecht is toegepast. De Pflichtverteidiger mag trouwens ook bijkomende financiële afspraken met de verdachte maken.

Rijden onder invloed: alcohol en drugs in het verkeer

Als iets absoluut niet kan in het verkeer, dan is dat wel het ‘rijden onder invloed’. Het is zeker géén 'Kavaliers-Delikt'. Ook in Duitsland wordt hier streng tegen opgetreden: er is op zijn minst sprake van ‘fahrlässiges Fahren unter Einwirkung berauschender Mittel’. Alcohol in het verkeer is, op rijden zonder rijbevoegdheid na, de meest voorkomende verkeersovertreding in Duitsland. Het komt voor in diverse variaties, gradaties en gevallen. Rijden onder invloed van drugs komt ook steeds vaker voor; niet alleen onder jongeren of buitenlanders.
Opsporingsambtenaren herkennen de tekenen van alcohol- en drugsgebruik relatief eenvoudig. Dit vermoeden zal vervolgens aangetoond moeten worden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van alcohol- en drugstesten. Is de eerste verdenking middels een sneltest (ademanalyse en drugssneltest) aangetoond, zullen vervolgens eventueel nog een of meerdere urine- en/of bloedtesten volgen. Afhankelijk van de uitkomst daarvan kan worden vastgesteld of de betrokkene als "Fahruntüchtig" (niet in staat om aan het verkeer deel te nemen) kan worden aangemerkt. Gevolg: o.a. een (polizeiliches) Fahrverbot, gevolgd door een Strafverfahren of een Ordnungswidrigkeitenverfahren.

Alcohol in het verkeer

Een verdachte kan door de Polizei c.q. de Staatsanwaltschaft worden verzocht vrijwillig een ademanalyse (Atemalkoholtest) te ondergaan. Hij is hiertoe niet verplicht, en moet hierop geattendeerd worden. Wordt dit laatste verzuimd, dan heeft dit een Verwertungsverbot tot gevolg.

Verleent hij géén toestemming, dan dient een bloedonderzoek te volgen. Dit moet door een rechter worden bevolen (§ 81a Abs. 2 StPO). Desnodig kan deze toestemming echter door een Anordnung zijdens de Staatsanwaltschaft of zelfs de Polizei zelf worden vervangen. Dit mag er echter niet toe leiden, dat het vereiste rechterlijke bevel op oneigenlijke gronden wordt ontlopen. In het voorkomende geval zou dat ertoe kunnen leiden, dat de resultaten van het bloedonderzoek niet als bewijs mogen worden gebruikt (Verwertungsverbot).

Verleent de verdachte wèl vrijwillig zijn medewerking aan de verzochte ademanalyse, dan heeft hij na een correct uitgevoerde meting niet alsnog recht op een bloedonderzoek. De ademanalyse moet middels een standartisiertes Messverfahren plaatsvinden: minimaal 2 geslaagde blaastesten met een nagenoeg gelijk resultaat binnen 5 minuten, met behulp van een erkend en halfjaarlijks geijkt ademanalyseapparaat (Dräger), zulks onder inhouding van een wachttijd tussen onderzoek en laatste drankje van zo'n 10-20 miniuten,
De (ademanalyse)grenswaarde bij alcohol ligt volgens § 24a Abs. 1 StVG bij 0,25 mg/l: tot een ademalcoholgehalte (AAG) van 0,25 mg/l (of 0,5 promille bloedalcoholgehalte (BAG)) bestaat een vermoeden van ‘Fahruntüchtigkeit’. Dit vermoeden kan gesterkt worden door 'alkoholtypische Ausfallerscheinungen'. Alsdan is sprake van een 'relative Fahruntüchtigkeit', en zal ook dan tot een Fahrverbot leiden.
Vanaf een bloedalcoholgehalte (BAG) van 0,5 promille wordt de Fahruntüchtigkeit aangenomen. Ondeugdelijk om een motorvoertuig te besturen bent U bij 1,1 promille ('absolute Fahruntüchtigkeit'); deze 'absolute Fahruntüchtigkeit' is niet voor tegenbewijs vatbaar (de afwezigheid van Ausfallerscheinungen is dan dus niet meer relevant), aldus de Bundesgerichtshof (BGH).
Voor chauffeurs die de leeftijd van 21 jaar nog niet bereikt hebben geldt een absoluut verbod (0,0 promille).
Let wel:
De absolute Fahruntüchtigkeitsgrenze van 1,1 promille BAG geldt enkel voor bestuurders van motorvoertuigen. Voor fietsers ligt deze BAG-grens bij 1,6 promille; dit laatste geldt trouwens ook voor de bestuurders van een Pedelec (Pedal Electric Cycle) en een elektrische step, althans indien en voorzover de snelheid van de elektromotor begrensd is tot 25 kilometer per uur. Dergelijke voertuigen zijn strafrechtelijk geen motorvoertuigen in de zin van het Straßenverkehrsrecht (OLG Karlsruhe, (Hinweis)Beschluss vom 14.07.2020, 2 Rv 35 Ss 175/20).
Dit impliceert dat Power- of S-Pedelecs hier buiten vallen; zij overschrijden de 25 km/u en rijden tot wel 45 km/u; soms zelfs nog sneller. Dergelijke voertuigen zijn Kleinkrafträder, en dus moet de bestuurder onder andere: minimaal 16 jaar oud zijn, in het bezit zijn van een rijbewijs klasse AM, een helm dragen etc..Voor hem gelden de normale promille-grenzen (0,5 promille c.q. 1,1 promille).

De delictsomschrijving van het strafrechtelijke feit "Trunkenheit im Verkehr" is overigens geregeld in § 316 StGB.
Grenswaarden kunnen natuurlijk heel vervelend uitpakken; wie een grenswaarde maar minimaal overschrijdt hoeft in Duitsland niet te rekenen op een milde(re) bestraffing. Ook bij een BAG van 0,54 promille volgt zonder meer een forse boete (Geldstrafe) en een Fahrverbot. Overschrijding met 0,04 promille is dus geen 'Härtefall' als bedoeld in § 25 Abs. 1 S. 2 StVG (Straßenverkehrsgesetz) die een mildere bestraffing rechtvaardigt. Wanneer geen 'besondere Umstände' zoals bedoeld in § 24a Abs. 1 StVG van toepassing zijn, kan/mag de rechter niet van het gebruikelijke 'Regelfahrverbot' zoals opgenomen in de Bußgeldkatalogverordnung (BKatV), (i.c. 1 maand) afwijken, aldus het Oberlandesgericht Bamberg (Beschluss vom 29.10.2012, 3 Ss OWi 1374/12). Er is dus maar een kleine 'Ermessensspielraum' (i.e. plaats voor redelijkheid en billijkheid), bijvoorbeeld bij 'drohende Existenzverlust des Betroffenen'.

De parkeerplaats

Menigeen is na een avondje stappen in Duitsland niet meer in staat om zelf naar huis te rijden, en doet dat dan ook wijselijk niet. Sommigen nemen dan een taxi of het openbaar vervoer. Een enkeling overnacht in zijn auto. Ook dat laatste kan een goede beslissing zijn: het is immers in beginsel niet verboden om in de auto te overnachten.

Maar soms komen deze 'nachtvlinders' alsnog van een koude kermis thuis: in aangeschoten of dronken toestand wordt plaatsgenomen achter het stuur, en bijna automatisch gaat dan ook de sleutel in het contactslot. Soms wordt de motor gestart om nog even op te warmen. Ook wordt de auto misschien enkele meters verplaatst om niet onder die vervelende lamp te staan.

Een veel voorkomend misverstand is dat in al die gevallen niets aan de hand is. Er wordt toch niet 'echt' gereden, en de auto is toch geparkeerd langs de openbare weg of op een parkeerterrein?

Helaas, parkeerhavens en vrij toegankelijke parkeerterreinen behoren net zo tot de 'öffentlicher Verkehrsraum' (openbare (verkeers)ruimte) als de openbare weg zelf, en dus kan in al deze gevallen sprake zijn van een 'deelnemen aan het verkeer'. Dus gelden ook hier de verkeersregels inzake alcohol in het verkeer.

Bij het verplaatsen van het voertuig ligt dat eigenlijk wel voor de hand. Het geldt echter ook voor het enkele starten van de auto.

Het in beschonken toestand plaatsnemen achter het stuur en/of het enkele steken van de sleutel in het contactslot wordt al snel uitgelegd als een poging tot rijden onder invloed (§ 316 I StGB), met alle gevolgen van dien.

Deze gevolgen bestaan in de regel uit een rijverbod (Fahrverbot) of zelfs een ontzegging van de rijbevoegdheid (Führerscheinentzug) en geldstraf.
Echter, indien de verdachte aannemelijk kan maken dat hij niet daadwerkelijk aan het verkeer wilde deelnemen, dan zou dat wel eens een ontzegging kunnen schelen (aldus het Amtsgericht Verden in een Beschluss van 04.12.2013 (Az.: 9a Gs 924 Js 43392/13 (3757/13)). Dat kan bijvoorbeeld middels getuigen, of door feiten of omstandigheden (bijvoorbeeld slaapzak op de achterbank, etc.).

Drugs in het verkeer

Drugs
In § 24a Abs. 2 StVG wordt naar de analytische (bloed)grenswaarden voor werkzame stof drugs verwezen. Hogere waardes leiden per definitie tot een ontzegging van de rijbevoegdheid. Dit impliceert zeker niet, dat bij lagere waarden geen consequenties te duchten zijn. Meer in het bijzonder houdt het niet in, dat een aangetroffen hoeveelheid werkzame stof onder deze waarden toegestaan is.
Bij cannabis-gebruik geldt inmiddels sinds 2024 de (bloed)grenswaarde van 3,5 ng/ml THC (cannabis). Gebruik van harddrugs in het verkeer, zoals cocaïne, is sowieso verboden, en leidt per definitie tot ontzegging van de rijbevoegdheid. Dit kan zelfs gebeuren voor een bewezen gebruik van maanden, of jaren, geleden!
In alle gevallen van (illegaal) drugsgebruik wordt de gebruiker aangemerkt als "ungeeignet zum Führen von Kraftfahrzeugen". Zelfs een niet-bestuurder/bijrijder kan bij bezit geconfronteerd worden met een Entziehung der Fahrerlaubnis. Echter, bij gebruik van medicinale cannabis kan sprake zijn van legaal drugsgebruik, en hoeft e.e.a. niet per definitie tot een Fahrverbot of Führerscheinentzug te leiden.
Zie ook de bijdrage over het Betäubungsmittelstrafrecht
Analytische (bloed)grenswaarden in het Straßenverkehrsgesetz (§ 24a Abs. 2 StVG):

  • Amfetamine: 25,0 ng/ml Amfetamin
  • Cannabis: 3,5 ng/ml Tetrahydrocannabinol (THC) => sinds 22.08.2024
  • Heroin: 10,0 ng/ml Heroinhydrochlorid
  • Kokain: 75,0 ng/ml Benzoylecgonin
  • Metamfetamin: 25,0 ng/ml Metamfetamin
  • Methylen-Dioxy-Amphetamin (MDA), Methylen-Dioxy-Ethyl-Amphetamin (MDE), Methylen-Dioxy-Meth-Amphetamin (MDMA): 25,0 ng/ml
  • Morphin: 10,0 ng/ml Morphin
Wat voor alcohol geldt, geldt ook voor drugs: ook een eenmalig gebruik van cannabis ("Probierkonsum") kan tot gevolg hebben dat de gebruiker/bestuurder "ungeeignet zum führen von Kraftfahrzeugen" geacht wordt. Gevolg: Aberkennung der Fahrerlaubnis (= Führerscheinentzug), eventueel gevolgd door een verplichte MPU (Medizinisch Psychologische Untersuchung).
Waarom?
  • De Geldbuße en het Fahrverbot zijn straffen (Ahndung).
  • De Entziehung der Fahrerlaubnis is géén straf, maar een zuiver bestuursrechtelijke maatregel van Gefahrenabwehr. Zij ziet uitsluitend op de Eignung, dus de geschiktheid om aan het verkeer deel te nemen.

Daarom levert de combinatie geen schending van het ne bis in idem-beginsel (Art. 103 Abs. 3 GG) op.
Twee gescheiden sporen
Het is essentieel om deze twee sporen te onderscheiden. zij lopen in de praktijk vaak door elkaar heen:
  1. Het Ahndung-spoor (van het Straf-/OWi-Recht): de bestraffing van het concrete verkeersgedrag (§ 24a StVG, § 24c StVG, §§ 315c, 316 StGB).
  2. Het Fahreignung-spoor (van het Verwaltungsrecht (bestuursrecht)): de beoordeling van de geschiktheid, geregeld in de Fahrerlaubnis-Verordnung (FeV), in het bijzonder in de §§ 13, 13a, 14 FeV en Anlage 4 FeV.

De eerder aangeduide grenswaarden van het ene spoor zijn níet automatisch de grenswaarden van het andere. Dat is sinds de "Cannabis-Reform" van 2024 belangrijker dan ooit.

In het Bußgeldverfahren zelf wordt dus niet over de Fahreignung des Betroffenen beslist (aldus het OVG Mannheim, Beschluss vom 12.09.2005 (10 S 1643/05).
Het OVG Magdeburg voegde daar nog aan toe: "Ein Fahrverbot nach § 25 StVG und die Entziehung der Fahrerlaubnis nach § 3 Abs. 1 StVG stellen keine Doppelbestrafung dar." (OVG Magdeburg, Beschluss vom 16.10.2009 (3 M 575/08).

De Fahrerlaubnisbehörde is niet aan grenswaarden gebonden: zij heeft een eigen beoordelingsplicht. Het is dan ook mogelijk, dat de Fahrerlaubnisbehörde ook bij lagere waarden een betrokkene als "ungeeignet" classificeert, en alsnog overgaat tot een Entziehung der Fahrerlaubnis en het verplicht stellen van een MPU. Hiertegen kan dan wel weer administratiefrechtelijke gereageerd worden middels een Klage bij het Verwaltungsgericht.
De grenswaarden in het Ahndung-spoor
  • Alkohol => Vanaf 0,5 promille Blutalkoholkonzentration (BAK) is sprake van een Ordnungswidrigkeit (§ 24a Abs. 1 StVG). Vanaf 1,1 promille geldt absolute Fahruntüchtigkeit en is sprake van een Straftat (§§ 315c, 316 StGB).
  • THC/Cannabis => Sinds 22 augustus 2024 geldt een wettelijke Wirkungsgrenzwert van 3,5 ng/ml THC in het bloedserum (§ 24a Abs. 1a StVG). Pas vanaf die waarde is sprake van een Ordnungswidrigkeit; daaronder volgt geen Ahndung, behoudens concrete Ausfallerscheinungen. De oude door de rechtspraak gehanteerde waarde van 1,0 ng/ml is op dit spoor dus verlaten.
  • Fahranfänger en personen onder 21 jaar (U21) => Voor hen geldt géén 3,5 ng/ml, maar een absoluut alcohol- en cannabisverbod (§ 24c StVG). Bij cannabis volstaat de analytische grenswaarde van 1,0 ng/ml THC voor een Ordnungswidrigkeit.
  • Gelijktijdig/gemengd gebruik (Mischkonsum) => Voor wie cannabis heeft gebruikt, geldt bovendien meteen een absoluut alcoholverbod: bij gelijktijdig alcohol- en cannabisgebruik (Mischkonsum) is § 24a Abs. 2a StVG van toepassing met een verhoogde Geldbuße.

De geschiktheidsbeoordeling (FeV)

Harddrugs => Voor Betäubungsmittel in de zin van het BtMG (met uitzondering van cannabis) geldt onverkort Anlage 4 Nr. 9.1 FeV: reeds de einmalige Einnahme - los van enige verkeersdeelname - leidt in de regel tot Ungeeignetheit en daarmee tot Entziehung der Fahrerlaubnis. Dit geldt ook voor de bijrijder(s). Op dit punt is er niets veranderd.

Cannabis => Hier is het kader door het Cannabisgesetz (CanG v. 27.03.2024) fundamenteel omgebouwd. Het oude onderscheid tussen einmaligem, gelegentlichem en regelmäßigem Konsum is geschrapt; cannabis is grotendeels gelijkgeschakeld met alcohol (nieuwe § 13a FeV).

Beslissend is nu uitsluitend nog of sprake is van:
•     Cannabismissbrauch (Nr. 9.2.1 Anlage 4 FeV): betrokkene kan het besturen van een voertuig en een de rijveiligheid aantastend cannabisgebruik niet voldoende scheiden; of
•     Cannabisabhängigkeit (Nr. 9.2.3 Anlage 4 FeV): afhankelijkheid c.q. verslaving.

Ontbreken zowel Missbrauch als Abhängigkeit, dan bestaan er in beginsel géén geschiktheidstwijfels; ook niet bij regelmatig gebruik. Een enkele bloedwaarde rechtvaardigt dus niet langer per definitie de ontkenning van de geschiktheid.
Let op:
De vroeger gangbare stelling, dat de geschiktheid „per definitie” wordt ontkend vanaf 2,0 ng/ml THC, respectievelijk „mogelijk” vanaf 1,0 ng/ml, is sinds 1 april 2024 niet meer houdbaar voor reguliere rijbewijshouders.
De recente bestuursrechtspraak trekt voor het Fahreignung-spoor zelfs de 3,5 ng/ml als ondergrens: een aanknopingspunt voor Cannabismissbrauch wegens een rit met niet-verwaarloosbare (verkeers)veiligheidrelevante werking ontstaat - óók in de Probezeit - pas bij ≥ 3,5 ng/ml THC.
Wanneer volgt een MPU?
De Medizinisch-Psychologische Untersuchung (MPU) dient om vast te stellen of de geschiktheid (nog) bestaat of inmiddels is hersteld.

Drugs
Bij cannabis is het belangrijk te beseffen, dat een enkele Ordnungswidrigkeit volgens § 24a StVG op zichzelf géén MPU (meer) rechtvaardigt: § 13a FeV vereist daarvoor concrete aanknopingspunten voor Missbrauch of Abhängigkeit.
§ 13a Satz 2 FeV sluit een MPU bovendien uit wanneer er uitsluitend overtredingen van § 24c StVG (Probezeit/U21) zijn begaan.

Alcohol
Het FeV-kader voor alcohol is stabiel gebleven. Een MPU wordt onder meer opgelegd vanaf 1,6 promille BAK (§ 13 S. 1 Nr. 2 lit. c FeV), bij herhaalde overtredingen onder alcoholinvloed, of bij vastgesteld Alkoholmissbrauch/-abhängigkeit.


Praktische consequenties
Bij harddrugs (Nr. 9.1) en bij vastgestelde Cannabis-Missbrauch/-Abhängigkeit (Nr. 9.2.1/9.2.3) is Entziehung der Fahrerlaubnis de logische consequentie; herstel van de geschiktheid kan dan via een MPU worden aangetoond.
Bij louter cannabisgebruik zónder Missbrauch of Abhängigkeit volgt géén automatische Entziehung meer.

Nederlandse situatie

Overigens, helemaal vreemd of nieuw is het voorgaande ook voor Nederlanders niet: het Nederlandse CBR kan in feite in soortgelijke gevallen nagenoeg hetzelfde opleggen: een verplicht onderzoek naar het drugsgebruik, in combinatie met een tijdelijke schorsing van de rijbevoegdheid (art. 131 WVW 1994 jo. artt. 5,6 en 23 lid 1 sub f en Bijlage I, onder B, onderdeel III Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011).
Kleine excursie naar het Betäubungsmittelstrafrecht
Sinds 01.04.2024 is het
bezit van cannabis (voor eigen gebruik) grotendeels straffeloos.

De nieuwe regeling leidt echter zeer zeker NIET tot volledige straffeloosheid: enkel het bezit van maximaal 25 gr. cannabis c.q. 3 bloeiende vrouwelijke planten, voor eigen gebruik, zal zonder strafrechtelijke gevolgen blijven, althans voor volwassenen.

Interessant voor Nederlanders is de mogelijkheid om na inwerkingtreding van de wetswijziging (per 01.04.2024) daarvoor in aanmerking komende opsporingsonderzoeken alsnog door een
Einstellung gem. § 206b StPO (sepot wegens wetswijziging) te doen beëindigen, en eventuele veroordelingen uit het strafblad te laten schrappen (Antrag auf Löschung). Nog niet afgewikkelde veroordelingen (Vollstreckungsverfahren) zullen/kunnen op verzoek gestaakt worden.
Daar staat tegenover, dat de meeste Nederlanders niet zo zeer wegens bezit van geringe hoeveelheden cannabis vervolgd zijn, maar meer vanwege rijden onder invloed (van cannabis etc.). En dat blijft gewoon strafbaar. Echter, er is gewerkt aan een verhoging van de grenswaarde THC in de bloedwaarden. Deze bedraagt sinds 22.08.2024 3,5 nanogram per milliliter bloedserum (was: 1,0 nanogram). Dit is overigens geen wettelijke grens, zoals bij alcohol (0,5 promille), maar in de jurisprudentie ontwikkeld. Boven de grenswaarde van 3,5 nanogram begint het met een
Bußgeld (boete) van Euro 500, een Fahrverbot van 1 maand en 2 Punkte in Flensburg, maar kan ook overgaan in een Geldstrafe en een Entziehung der Fahrerlaubnis (§ 24a StVG).
Daarnaast blijft uiteraard de invoer, doorvoer en uitvoer van cannabis strafbaar. Nederlanders, die denken minder dan 25 gram cannabis straffeloos vanuit Nederland naar Duitsland v.v. mee te kunnen nemen, komen dus bedrogen uit.
MPU
Medizinisch-Psychologische Untersuchung
De kosten van de strafzaak
Houdt U er rekening mee dat een verdachte in Duitsland in beginsel de kosten van zijn verdediging zelf dient te dragen. En U dient erop bedacht te zijn, dat U geen beroep kunt doen op het Nederlandse systeem van gefinancierde rechtsbijstand (‘toevoeging’). Meer informatie vindt U hier.
Heeft U nog vragen? Laat het ons weten via het contact-formulier.
Schweigen ist Gold!
Bent U in Duitsland aangehouden, dan heeft U minimaal de navolgende rechten:

  • U heeft een recht om te zwijgen. Maak hier dus goed gebruik van, en zeg niets met betrekking tot de zaak zelf, ook niet als U voorgehouden wordt dat het maar om een kleinigheidje gaat. Alles kan immers tegen U gebruikt worden; ook informele uitlatingen;
  • maak wel Uw (juiste) identiteit bekend als hierom gevraagd wordt;
  • maak gebruik van Uw recht op juridische bijstand; ook in Duitsland kennen ze een soort piketdienst;
  • U heeft altijd het recht op vrije advocaatkeuze. Uw advocaat (= Verteidiger) moet U in principe zelf betalen, tenzij door de rechter een Pflichtverteidiger wordt aangewezen. Maar maak ook dan Uw voorkeur gelijk kenbaar, want het wisselen van Pflichtverteidiger kan moeilijk zijn, en iedere Verteidiger kan als Pflichtverteidiger worden aangewezen.

Meer informatie over het Duitse strafrecht vindt U in de brochure ‘Gearresteerd in Duitslandvan het Ministerie van Buitenlandse Zaken.