De civiele procedure start in beginsel met een
Klageschrift. Hierin zet de eiser (
Kläger) zijn vorderingen uiteen en geeft hij in de
Sachanträge en
Klagebegründung aan waarop die vorderingen gebaseerd zijn, en waarom de gedaagde (
Beklagte) zijns inziens gehouden is om aan de vorderingen te voldoen. De
Klageschrift is dus het proces-inleidend gedingstuk. Het wordt opgesteld door de
Rechtsanwalt van de
Kläger, en vervolgens ingediend bij de bevoegde rechter, welke op zijn beurt voor de betekening van de
Klageschrift zorgdraagt. Dat laatste geldt overigens voor alle opvolgende correspondentie en processtukken.
Met de indiening van de
Klageschrift bij de rechter is de procedure
anhängig. De
Anhängigkeit treedt dus in met de ontvangst en registratie van de
Klageschrift door de
Geschäftsstelle (griffie) van de bevoegde rechter. De
Anhängigkeit bewerkstelligt onder andere de
Hemmung der Verjährung, althans indien en voor zover 'op zo kort mogelijke termijn' de
Zustellung (betekening) volgt.
De
Anhängigkeit is te onderscheiden van de
Rechtshängigkeit.
De
Rechtshängigkeit treedt in met de ontvangst van de
Klageschrift door de gedaagde (
Beklagte), dus op het moment van daadwerkelijke betekening (
Zustellung). Op dat ogenblik beginnen termijnen en wettelijke renten te lopen, wordt de verjaring definitief gestuit, en kan de eis enkel nog met toestemming van de gedaagde (
Beklagte) gewijzigd worden. Bovendien blijft de aangezochte rechter bevoegd, ook al vindt nadien een verhuizing plaats.