Autokauf: steuerrechtlich
-Fiscale aspecten-
Een Pflichtverteidiger is

BTW-aspecten bij grensoverschrijdende autohandel - voor ondernemers

D i s c l a i m e r
Wij zijn niet fiscaal opgeleid. Onderstaande informatie is enkel gebaseerd op opgedane ervaring met de materie.
Deze informatie dient daarom ALTIJD vóór een koop-/verkooptransactie geverifieerd te worden bij een fiscaal jurist/fiscalist en/of accountant.

De fiscale kant van auto-im- en export tussen Nederland en Duitsland is een veelvoorkomende valkuil. De grootste fout is dubbele heffing: Duitse Umsatzsteuer betalen bij aankoop én Nederlandse BTW bij de verwerving.

Het regime verschilt sterk naar gelang:
(a) de hoedanigheid van partijen en
(b) of de auto fiscaal "nieuw" is.

De BTW staat uiteraard los van de Nederlandse BPM, die bij invoer en registratie in Nederland afzonderlijk verschuldigd is en in de totale kostprijs moet worden meegenomen.
Het sleutelbegrip: "neues Fahrzeug" (nieuw vervoermiddel)
Fiscaal "nieuw" betekent iets anders dan in het spraakgebruik.
Een landvoertuig (= motorvoertuig met een motorinhoud van meer dan 48 cm³ of meer dan 7,2 kW) is een "neus Fahrzeug" als, kort gezegd, één van de navolgende twee criteria is vervuld:
  • de eerste ingebruikneming ligt niet meer dan zes maanden terug; óf
  • met het voertuig is niet meer dan 6.000 km gereden.

Deze drempels staan in § 1b Abs. 3 UStG (Duitsland) en corresponderen met de Nederlandse regeling voor "nieuwe en bijna nieuwe vervoermiddelen".
Het maatgevende moment is dat van de levering, niet van de latere verwerving (= tenaamstelling in het bestemmingsland/eigendomsverkrijging).
Bij een nieuw vervoermiddel is de intracommunautaire verwerving altijd belast in het land van bestemming, óók als zowel de verkoper als de koper particulier is.

De drie scenario's voor de ondernemer

Scenario A: nieuw vervoermiddel (ongeacht hoedanigheid van de koper)
De levering in het land van vertrek is vrijgesteld (0%/ steuerfreie innergemeinschaftliche Lieferung); de koper geeft in het land van bestemming de verwerving-BTW aan.
Voor een Nederlandse koper die in Duitsland een (bijna) nieuwe auto koopt: de Duitse verkoper levert tegen 0%, en in Nederland wordt 21% verwerving-BTW aangegeven.
Wie per ongeluk de Duitse 19% meebetaalt, dreigt dubbel te betalen.
Scenario B: tweedehands auto (occasion) B2B: ondernemer verkoopt aan ondernemer)
Hier geldt de klassieke intracommunautaire levering (ICL)/"innergemeinschaftlichliche Lieferung" (igL): de Duitse verkopende ondernemer levert tegen 0%, mits aan de voorwaarden is voldaan:
  • een geldig BTW-identificatienummer van de afnemer (let op: gebruik van de juridische naam, niet van de handelsnaam);
  • bewijs van vervoer van de ene naar de andere lidstaat (Gelangensbestätigung);
  • opname van de transactie in de Zusammenfassende Meldung (i.e. opgaaf Intracommunautaire Prestraties (ICP)).

De Nederlandse afnemer verlegt de BTW naar Nederland en kan deze, bij recht op aftrek, in dezelfde aangifte weer in aftrek brengen; dus per saldo veelal nihil.
Daarbij dient wel rekening te worden gehouden met het tariefverschil (NL: 21% / DE: 19%); voor een aftrekgerechtigde ondernemer werkt dat niet kostenverhogend.
Risico:
Voldoet de factuur of het vervoersbewijs niet, dan kan de Duitse fiscus de vrijstelling weigeren en alsnog 19% naheffen.
In de praktijk eist een Duitse verkoper de Duitse BTW (Umsatzsteuer) daarom vaak als borg (Kaution) en betaalt die pas terug na bewijs van uitvoer.
Strikt genomen niet de juiste systematiek, maar wel gangbaar.
Scenario C: tweedehands auto (occasion) met een particulier erbij
Verkoopt een particulier een tweedehands (= niet-nieuwe) auto: geen belastbare prestatie, en bijgevolg geen BTW, en geen verwerving.
Koopt een Nederlandse koper een gebruikte auto van een Duitse handelaar, dan hangt het af van the toepasselijke regime op de koop:
  • margeregeling (Differenzbesteuerung (§ 25a UStG)): BTW alleen over de marge; de factuur vermeldt geen apart BTW-bedrag ("Differenzbesteuerung" (§ 25a UStG). Een Nederlandse koper kan niets verleggen en niets terugvorderen; geen aparte verwerving.
  • Reguliere BTW-auto: een ondernemer-koper kan eventueel netto (0%) intracommunautair verwerven (zie Scenario B); een particulier-koper kan dat niet en betaalt de Duitse 19% Umsatz-/Mehrwertsteuer (USt/MwSt.).
Let op: schijnconstructies worden doorgeprikt
Constructies waarbij een gebruikte auto via een huurconstructie of een tussengeschoven "dealer" BTW-vrij bij een particulier moet belanden, worden door de (Nederlandse) rechter doorgeprikt. Kon de particulier in werkelijkheid al eerder als eigenaar over de auto beschikken, dan is sprake van een belaste intracommunautaire verwerving van een nieuw vervoermiddel, zulks met naheffing tot gevolg.

Strafrechtelijk: Steuerhinterziehung (§ 370 AO)

Een onjuiste of onvolledige BTW-afwikkeling is niet slechts een fiscaal risico.
Het bewust onjuist of onvolledig aangeven van BTW, of het ten onrechte claimen van Vorsteuerabzug, kan Steuerhinterziehung opleveren (§ 370 Abgabenordnung (AO)), strafbaar gesteld met een gevangenisstraf tot vijf jaar of geldboete (§ 370 Abs. 1 AO), en in een besonders schwerer Fall (bijvoorbeeld bij een groot bedrag, gebruik van valse bescheiden, bendematig): gevangenisstraf van zes (6) maanden tot tien jaar (§ 370 Abs. 3 AO), waarbij geen geldboete meer mogelijk is.

De poging (Versuch) is strafbaar (§ 370 Abs. 2 AO).

De minder ernstige variant "leichtfertige Steuerverkürzung" is een Ordnungswidrigkeit (§ 378 AO)..

Onder voorwaarden bestaat de mogelijkheid van een "strafbevrijdende" Selbstanzeige (§ 371 AO). De regeling ziet uitdrukkelijk ook op BTW die door een andere EU-lidstaat wordt geheven (§ 370 Abs. 6 AO).
Stuur ons een bericht en wij nemen op korte termijn contact met U op.