1. Allgemeiner Teil (§§ 1–240 BGB)Het algemene deel bevat de grondbegrippen die in alle overige delen terugkeren: rechtssubjecten (
natürliche und juristische Personen), de rechtshandeling (
Rechtsgeschäft), totstandkoming van overeenkomsten (Vertragsschluss durch Angebot und Annahme), wilsgebreken (
Anfechtung wegen Irrtum, Täuschung of Drohung) en de verjaring (
Verjährung). Het is vergelijkbaar met de "voor de poort geplaatste" algemene leerstukken in het Nederlandse Burgerlijk Wetboek.
2. Recht der Schuldverhältnisse - Schuldrecht (§§ 241-853 BGB)Dit is wellicht het meest relevante deel. Het
Schuldrecht (verbintenissenrecht) regelt verbintenissen: wat de ene partij van de andere mag vorderen.
Het
Schuldrecht kent twee lagen:
- het Allgemeines Schuldrecht (§§ 241-432), met de algemene regels over nakoming, verzuim (Verzug) en wanprestatie (Pflichtverletzung, § 280 BGB), en
- het Besonderes Schuldrecht (§§ 433-853), met de afzonderlijke contracttypen zoals de koop (Kaufvertrag, § 433 ff.), huur (Mietvertrag, § 535 ff.) en aanneming van werk (Werkvertrag, § 631 ff.), alsmede de verbintenissen uit de wet: zaakwaarneming (Geschäftsführung ohne Auftrag, § 677 ff.), onverschuldigde betaling/ongerechtvaardigde verrijking (ungerechtfertigte Bereicherung, § 812 ff.) en onrechtmatige daad (unerlaubte Handlung, § 823 ff.).
Het
Schuldrecht is in 2002 ingrijpend gemoderniseerd (
Schuldrechtsmodernisierung), onder meer ter implementatie van Europese richtlijnen.
3. Sachenrecht (§§ 854–1296 BGB)Het
Sachenrecht (goederen- of zakenrecht) regelt de rechten op zaken: bezit (
Besitz), eigendom (
Eigentum, § 903 ff.) en beperkte zakelijke rechten zoals het pandrecht, de
Hypothek en de
Grundschuld.
Bijzonder belangrijk - en voor Nederlanders verrassend - zijn daarbij twee Duitse leerstukken: het
Trennungsprinzip (de verbintenis tot overdracht en de overdracht zelf zijn juridisch gescheiden) en het
Abstraktionsprinzip (de geldigheid van de eigendomsoverdracht staat los van de geldigheid van de onderliggende koop). Het Nederlandse recht hanteert daarentegen een causaal stelsel (
art. 3:84 BW): is de titel ongeldig, dan is ook de overdracht ongeldig. In Duitsland kan men dus eigenaar worden ondanks een nietige koopovereenkomst, met terugvordering via het
Bereicherungsrecht. Dit verschil heeft grote praktische gevolgen bij grensoverschrijdende transacties.
4. Familienrecht (§§ 1297–1921 BGB)Het
Familienrecht (familierecht) regelt huwelijk, echtscheiding, huwelijksvermogensrecht (de
Zugewinngemeinschaft als wettelijk basisstelsel), onderhoudsverplichtingen (
Unterhalt) en het ouderlijk gezag.
5. Erbrecht (§§ 1922–2385 BGB)Het
Erbrecht (erfrecht) regelt de erfopvolging, het testament, de legitieme portie (
Pflichtteil) en de afwikkeling van de nalatenschap. Bij grensoverschrijdende nalatenschappen bepaalt de Europese Erfrechtverordening (
EuErbVO) welk recht van toepassing is.