Voorwaarden:
- 2/3 van de opgelegde straf moet versteken zijn, zulks met een minimum van 2 maanden
- er is een positieve prognose, dat de veroordeelde in de toekomst niet zal recidiveren
- de veroordeelde zelf moet met vervroegde invrijheidstelling akkoord gaan
Daarbij is de 'positieve prognose' in feite de enig relevante voorwaarde, maar daarmee ook gelijk de voorwaarde waarop de meeste
Anträge (verzoeken/aanvragen) afgewezen worden. Dit speelt met name bij hen, die in Duitsland, maar ook elders in de EU al eerder voor eenzelfde feit (tot een gevangenisstraf) veroordeeld zijn. Veelal constateert de rechter dan, dat de veroordeelde blijkbaar niet van plan is zich te beteren. De
Antrag of de ambtshalve toetsing wordt dan afgewezen, en veelal wordt ook een
Sperrfrist tot maximaal 6 maanden opgelegd. Deze
Sperrfrist belet dat de veroordeelde weer gelijk een nieuwe Antrag indient. Daarbij zij erop geattendeerd, dat het verzoek wel voor afloop van de
Sperrfrist kan worden ingediend, maar dat niet vóór afloop van de
Sperrfrist positief kan worden beslist. Te vroeg indienen, dan dus negatieve gevolgen hebben.
Maar, zodra aan de drie voormelde voorwaarden is voldaan,
moet de
Strafvollstreckungskammer van het bevoegde
Landgericht ambsthalve de resterende straf '
zur Bewährung aussetzen': de veroordeelde wordt vervroegd in vrijheid gesteld en de restant-straf wordt omgezet in een voorwaardelijke. De oorspronkelijk vastgestelde schuld van de veroordeelde is niet meer relevant. Er zullen
Bewährungsauflagen (voorwaarden) worden opgelegd.
Zou de veroordeelde de
Bewährungsauflagen schenden, dreigt de intrekking (
Widerruf) van de
Bewährung, en zal hij alsnog de reststraf moeten uitzitten. In het andere geval wordt hij na ommekomst van de opgelegde
Bewährungsfrist geacht zijn straf volledig te hebben ondergaan.
Echter, in de praktijk blijkt dat in minder dan 20% van alle gevallen de vervroegde invrijheidstelling ook daadwerkelijk na 2/3 wordt toegekend. Meestal duurt het nog tot geruime tijd nadien.