§ 153a StPO: Einstellung des Verfahrens nach Erfüllung von Auflagen und WeisungenDe
Staatsanwaltschaft kan ook afzien van verdere vervolging wanneer de verdachte bereid is aan nader op te leggen voorwaarden te voldoen. Daarbij kan gedacht worden aan het betalen van een schadevergoeding aan het slachtoffer of het anderszins tot stand brengen van een regeling met het slachtoffer (de zogenaamde
Täter-Opfer Ausgleich (TOA)), het betalen van een geldbedrag aan de Staatskas of een goed doel, maar ook aan het volgen van bijvoorbeeld een verkeerscursus, of arbeid ten algemene nutte.
De
Einstellung nach
§ 153a StPO kan zelfs plaatsvinden als de eventuele schuld als '
mittelschwer' (dus meer dan gering) kan worden beoordeeld. Het openbaar belang wordt bevredigd door de op te leggen voorwaarde.
De verdachte dient zich goed te realiseren, dat de
Staatsanwaltschaft de strafvervolging weer kan oppakken wanneer de voorwaarden niet vervuld worden. Het is dus een 'sepot' onder opschortende voorwaarde; er volgt eerst een
vorläufige Einstellung. Zodra de verdachte aan de opgelegde voorwaarde heeft voldaan, zal de
endgültige Einstellung volgen. Daarmee is de strafzaak dan afgewikkeld.
De
Einstellung gem. § 153a StPO lijkt vervelender/slechter dan die van
§ 153 StPO; § 153a StPO heeft echter het voordeel, dat het feit na de e
ndgültige Einstellung ook daadwerkelijk definitief weg is, althans indien en voorzover het feit (
der Lebenssachverhalt) een
Vergehen (licht misdrijf) blijft. Er is sprake van
Strafklageverbrauch.
Wees daarom niet verbaasd als de
Strafverteidiger de
Einstellung gem. § 153a StPO nastreeft, en niet die van
§ 153 StPO.
Blijkt echter later dat het feitelijke gebeuren eigenlijk een
Verbrechen (i.e. misdrijf, met een strafbedreiging van minimaal 1 jaar gevangenisstraf) was, dan kan theoretisch alsnog (verder) vervolgd worden.